You are using an outdated browser. For a faster, safer browsing experience, upgrade for free today.

Herkomsten

Herkomsten

Welk plantsoen best te gebruiken bij bosaanleg of verjonging?

Lijst van aanbevolen herkomsten van inheemse boom- en struiksoorten

Vandaag de dag is het niet eenvoudig om een goede plantsoenkeuze te maken bij bosaanleg of verjonging. De overheid tracht impulsen te geven om een optimale keuze te maken en stelde hiervoor subsidies in, gekoppeld aan een aantal voorwaarden. Deze subsidieregeling is vastgelegd in een uitvoeringsbesluit. Naast subsidies bij het gebruik van een aantal inheemse boomsoorten worden ook subsidies verleend wanneer het gaat om aanbevolen herkomsten.

Regelgeving:

Het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal, zoals zaden, stekken, enten, e.d. valt onder de nieuwe EU-richtlijn (1999/105/EG). Aan deze richtlijn zijn 46 boomsoorten en 1 geslacht (genus) van boomsoorten (de populieren) onderhevig. Inmiddels is de richtlijn omgezet in een besluit van de Vlaamse regering betreffende de procedure tot erkenning van bosbouwkundig uitgangsmateriaal en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (d.d. 3 oktober 2003).

Het doel van de regelgeving is de planter waarborgen te geven over de kwaliteit en de herkomst van het gebruikte teeltmateriaal. Zo zal alle teeltmateriaal, erkend door een officiële instantie, vergezeld zijn van een certificaat (document van de leverancier).
Belangrijk hierbij is niet alleen de kwaliteit van het teeltmateriaal maar ook het aanpassingsvermogen aan de groeiomstandigheden.

Voor het verkrijgen van een basiscertificaat voor teeltmateriaal is controle op de oogst van het erkende uitgangsmateriaal (zaadbestanden, zaadtuinen) alsook bij import van buitenlands teeltmateriaal nodig.

Onvoldoende uitgangsmateriaal in Vlaanderen:

De overheid richt de aandacht vooral op inheemse soorten. Uit ecologisch standpunt wenst de overheid die inheemse soorten te promoten en kent het Agentschap voor Natuur en Bos soortafhankelijke subsidies toe bij bosaanleg. De vraag naar teeltmateriaal is echter groter dan het aanbod van de meeste soorten in Vlaanderen. Bovendien kan de zaadopbrengst van zaadbestanden en –tuinen van jaar tot jaar sterk variëren (b.v. mastjaren van eik en beuk). Daarnaast is van een aantal boomsoorten in Vlaanderen onvoldoende kwaliteitsvol uitgangsmateriaal aanwezig. Het gebruik van andere herkomsten is daardoor soms onvermijdelijk.

Certificaat = kwaliteit?:

Een certificaat (basiscertificaat en document van de leverancier) duidt de herkomst aan, maar wat zegt het over de kwaliteit van het teeltmateriaal? De categorieën “geselecteerd” en “gekeurd” van het  teeltmateriaal geven een beeld van de uiterlijke kwaliteit van het uitgangsmateriaal waarvan het teeltmateriaal afkomstig is. Uitgangsmateriaal bestemd voor de productie van teeltmateriaal van de categorie “getest”, is tevens beoordeeld op de kwaliteit van de nakomelingen (genetische kwaliteit). Maar wat op de ene plaats goed groeit, groeit niet noodzakelijk even goed op een andere plek. Verschillende groeiomstandigheden, bijv. andere bodems, kunnen andere resultaten geven.

Voordelen aanbevolen herkomsten:

In de lijst van aanbevolen herkomsten komen naast onze Vlaamse herkomsten een aantal gekende Waalse en buitenlandse herkomsten voor. Ze werden door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek geselecteerd op kwaliteit, gezondheid en aanpassingsvermogen. Daardoor geeft de lijst van aanbevolen herkomsten zowel een groter aanbod aan aangepast teeltmateriaal, als een betere kwaliteitsgarantie.

Als u bebost of herbebost met plantsoen van aanbevolen herkomsten kan u een extra subsidie ontvangen van 250 euro per ha. Wilt u hiervan genieten dan moet u bij de subsidieaanvraag een bewijs van herkomst kunnen voorleggen.

De lijst van aanbevolen herkomsten kan wijzigen:

De lijst van aanbevolen herkomsten is niet definitief. Voorlopig werden een aantal Waalse, Nederlandse en Noord-Franse herkomsten toegevoegd aan onze Vlaamse. Deze en andere herkomsten worden verder onderzocht in herkomstproeven om te testen of ze wel geschikt zijn voor gebruik in Vlaanderen. Op basis van dat onderzoek kan de lijst aangepast worden, zowel door herkomsten toe te voegen als te schrappen.

In de lijst van aanbevolen herkomsten zijn tevens oorspronkelijk inheemse (‘autochtone’) zaadbronnen en bestanden toegevoegd. Enkele zijn bestemd voor de productie van teeltmateriaal van de categorie “geselecteerd”. De meerderheid dient echter voor de productie van teeltmateriaal van de categorie “van bekende origine” en is enkel bedoeld voor gebruik met ecologische doeleinden, o.a. voor het behoud van genenbronnen.

Plantadvies autochtoon teeltmateriaal:

Betreffende de autochtone herkomsten van de categorie “van bekende origine” wordt sterk aanbevolen om ze binnen het herkomstgebied aan te planten. Op die manier kan het autochtone karakter behouden worden.